Dieren in de hoofdrol

Jan en Marie zijn inmiddels aangekomen bij de Hanesteenseweg. Op nummer 1 aan de rechterkant wonen twee broers die een kleine veestapel hebben. “Dirk Klumpje werkt bij het slachthuis in Zwolle en is ook huisslachter”, vertelt Jan. Marie weet het, want veel mensen uit het dorp hebben wat vee, ook als ze geen boer zijn. Er is daardoor werk genoeg voor Klumpje. Hij is zo’n vakman dat hij met één snede alle karbonades van de ruggengraat kan halen. Ook bij Jan en Marie thuis zorgt het slachten van een varken of jonge koe voor een stuk vlees of worst op tafel. In november, de slachtmaand, maakt vader een afspraak met de huisslachter. Als Klumpje komt, zorgt moeder dat er veel kokend water is, dat gebruikt wordt om het varken na de slacht makkelijker te kunnen ontharen. Als het dier geslacht is, komt de keurmeester kijken of het vlees gezond is en worden er stempels op gezet. Pas daarna mag het verder worden verwerkt. Omdat het vlees lang bewaard moet kunnen worden, wordt het geweckt, gerookt en gepekeld. Ook maakt moeder er vele soorten worst van. Er wordt niets weggegooid en voor direct gebruik maakt ze bloedworst en balkenbrij.

Marie huppelt langs de melkbussen die langs de weg staan: “Kijk Jan, daar komt de melkrijder aan.” Boerderijen vind je door het hele dorp, er staan dan ook veel melkbussen. Als de boeren de koeien hebben gemolken, wordt de melk in melkbussen aan de weg gezet. Deze worden dan opgehaald door de melkrijders. Veluwenkamp is één van de melkrijders, hij woont aan de Hanesteenseweg 3. Met paard en wagen brengt hij de volle bussen naar de melkfabriek. “Er kan wel 30 liter melk in. In de grote bussen zelfs 40 liter. Je moet echt sterk zijn om dit werk te doen”, merkt Jan op. Elke boer heeft zijn eigen busnummers. Op zaterdag krijgen de boeren hun melkgeld van die week in de lege melkbussen, die weer worden teruggezet.

Door de jaren heen zijn er veel melkrijders in het dorp geweest. Naast G.J. Veluwenkamp aan de Zuiderzeestraatweg Engelsman (nummer 680, 697 en 692) en Beltman op nummer 691. Dieks Veluwenkamp op
nummer 689 was hulp bij de melkrijders. Het paard van de melkrijder wordt in later jaren vervangen door een trekker en uiteindelijk door een vrachtwagen.

Ook bij nummer 2 aan de andere kant van de weg staan melkbussen.In de tijd van Jan en Marie is dit een boerderij. Later komt hier hoefsmid Poppe te wonen. De familie Poppe had generaties lang een smederij in Zwolle. Toen er steeds meer auto’ kwamen en minder paarden was de beste tijd van de smederijen voorbij. In 1973 stopte de zaak in Zwolle en Poppe kwam sindsdien bij de paardenbezitters thuis. Er zaten ook wel eens wilde paarden tussen, dat kostte hem een keer 3 tanden.